Miems van Citters
“Ik heb gemerkt dat vrouwen in de samenleving als minder worden gezien dan mannen. Ze mogen van me denken dat ik mij mannelijk heb gedragen in mijn leven, maar dat kan mij niets schelen.”
John van Veenhuizen over Miems
“Het mag duidelijk zijn dat Miems gelet op haar levensloop en haar ervaringen binnen de nationale en internationale kunstwereld een wijze vrouw is. Gelukkig kennen wij haar echte persoonlijkheid en instelling; behalve een wijze en ervaren vrouw, is Miems vooral een gezellige en lieve dorpsgenoot die altijd in is voor een bakje koffie en een lolletje.”

Toch kunstenaar geworden
Al jong had ik interesse in het schildersvak. Familie uit Laren heeft mij in huis genomen. In hun omgeving woonden veel schilders. Daarna ben ik in Den Haag naar de Kunstacademie gegaan. Ik had goede docenten. We begonnen met veel leerlingen in de klas, maar eindigden met maar acht. Ik kreeg te horen: ‘Weet wat je gaat doen! Het schildersvak is moeilijk’. Mij werd geadviseerd om tuinen te gaan ontwerpen omdat daar wat makkelijker geld mee te verdienen was. Ik heb nog kort tuinarchitectuur gedaan, maar ben toch kunstenaar geworden.
Na de opleiding werd ik direct gevraagd om les te geven in Goes. Ik wil niet zeggen dat ik een goede lerares was. Ik was nog een groentje en wist niet veel. De klassen waren groot en ik had niet altijd zin in lesgeven. Met de tijd ben ik in het lesgeven gegroeid. Als oud-leerlingen nu langs mijn huis lopen dan zwaaien we. Het is leuk dat ze me allemaal kennen, maar belangrijker is dat ik mezelf ook blijf kennen.
De wereld is zo veranderlijk
Het is cruciaal om op een vak terug te kunnen vallen. De wereld is zo veranderlijk, een mens heeft ergens een haakje nodig om zijn geluk aan op te kunnen hangen. Door de jaren heen heb ik mezelf als kunstenaar verder ontwikkeld. Ik doe niet anders dan keihard werken, exposeer nog steeds. Ze zeggen dat ik abstracte werken maak, terwijl abstract werk voor mij eigenlijk niet bestaat. Je maakt altijd wel een voorstelling. Ik heb het idee dat ik word gewaardeerd om wat ik maak. Daarom blijf ik doorgaan; het is voor mij een stipje op de horizon.
Ik heb veel mensen uit de buurt geschilderd. Een aantal jaar geleden kwam een echtpaar huilend de kerk binnen. Hun dochter was overleden en ze waren over hun toeren. Ze hebben bij mij uitgehuild en daarna heb ik een portret van hun dochter gemaakt. Dat vond ik moeilijk om te schilderen. Als kunstenaar deelde ik hun verhaal. Er zit altijd emotie in mijn werk. Dat zit bijna in elk kunstwerk.
Ik kijk de kat uit de boom
In 1972 verhuisde ik naar Utrecht, waar ik in een centrum voor klinische forensische psychiatrie les ging geven. Een tbs-kliniek heet dat nu. Ik gaf beeldhouwen, kleurenleer, houtsnijden en leerde ze gutsen. Het was een moeilijke taak. Je moest de groep goed in de gaten houden met het gereedschap. Er liep weleens iemand weg, dan moest je een verslag schrijven. De gedetineerden lieten me ook hun menselijke kant zien. Er was een jongen die iemand had omgebracht. Hij kwam eens de les binnen met een vogeltje, ik moest hem helpen het gebroken pootje van dat beestje recht te krijgen. Hij was zo lief voor de dieren dat je je niet kon voorstellen dat hij iemand had omgebracht. Ook stimuleerde ik de jongens en meisjes om hun spullen netjes te houden. Als ik daaraan terugdenk schaam ik mij voor hoe mijn huis eruitziet.
Ik kijk de kat uit de boom. Niet alleen de dingen van vroeger interesseren mij, ook de huidige ontwikkelingen. Ik vind dat ik moet meehobbelen, anders heb ik geen leven. Als kind zocht ik al op het strand naar aardewerk en stukjes steen. Ik interesseer mij ook voor de Sint-Elisabethsvloed. Net als in 1953 braken ook rond 1400 in Zeeland de dijken door.
Watersnoodramp
Tijdens de Watersnoodramp zat ik met mijn ouders in Hilversum. Omdat mijn vader burgemeester van Burgh was, moest hij terug naar het eiland. Alles behalve de hoogste punten zoals Burgh, stond onder water. Ik kende veel mensen, de meesten hebben het gelukkig overleefd. Ik heb de ramp anders ervaren dan de meeste eilanders, omdat ik er zelf niet bij was. We hebben het er nog wel eens over met elkaar, al is het ook een hele tijd geleden.
Vechten tegen het mannenbeeld
Vrouwen worden in de samenleving als minder gezien dan mannen, heb ik gemerkt. Ze mogen van me denken dat ik mij mannelijk heb gedragen in mijn leven, maar dat kan mij niets schelen. Ja, ik word er wel een beetje mee geplaagd. Want: de vrouwtjes moeten voor de mannetjes zorgen. Door de jaren heen is er in wezen niet veel veranderd. Het is net zo erg. Je kunt je kind tegenwoordig de achternaam van de moeder geven, maar de rottigheid richting vrouwen blijft hetzelfde. Je moet er zelf aan werken, van binnenuit. Wij vrouwen willen wel vechten tegen het mannenbeeld, maar het is niet mogelijk dat te veranderen. Je moet het vooral een beetje accepteren.
Op dit moment ben ik een Frans boek aan het vertalen om mijn Frans een beetje levend te houden. Nu moet ik toch ook weer proberen om een nieuw beeld te gaan hakken. Ik wil mijn danspassen in hout uitdrukken. Op deze leeftijd lukt het soms zelfs beter dan vroeger. Ik verlang ernaar om aan het werk te gaan, hoef niet veel meer te bereiken. Ben alleen nog maar met houtwerken bezig. Ik denk dat ik altijd blijf leren, maar of het goed is wat ik maak, dat weet ik niet. Tja, wie bepaalt dat? Ik hecht wel veel waarde aan meningen van anderen.
Geloven is niet zeker weten
Geloven is niet zeker weten. Dat leerde ik van een dominee in ’s-Graveland, en dat is voor mij een wijze les. Maar er moet altijd wel een beetje hoop blijven. Hoop doet leven. Mijn hoop is het leven, eten en de gezelligheid van verschillende vriendschappen. Door mijn medicatie heb ik weinig eetlust. Toch pept eten me op. Vandaag heb ik even overgeslagen.
Op sommige dagen heb ik een goed gesprek met iemand, andere dagen niet. Ik heb in mijn leven veel vriendschappen opgebouwd en ben lid van De Zeeuwse Kunstkring. Contacten onderhouden is erg belangrijk, want wij mensen zijn van dezelfde diersoort. Wij hebben contact nodig. Een vriendin met wie ik heb samengewerkt in de psychiatrische kliniek is helaas twee jaar geleden overleden. Ik ben daar nog niet overheen. We waren erg goed bevriend. Dat blijft bij je en dat is maar goed ook. Ik denk veel aan haar, praat met haar, of ik droom dat we samen wat gaan doen. Ik kan niet zonder vriendschap. Ik heb nu een poes waarvoor ik moet zorgen. Maar met een poesje alleen kan je niet leven.
Elke dag is weer interessant
Mijn familie kan nogal oud worden. Mijn vader werd 103. Nu ik oud ben, minimaliseer ik. Wat de toekomst betreft, ik kom nog wel voort, maar je moet niet vragen hoe. Het is zwaar. De zin zwakt ook af nu het zo langzaam gaat. Ik rij nog in die rode auto die daar staat. Dat is fijn en er kan veel in. Het gaat langzaam en dan zie ik mensen hun hoofd schudden en denken: ‘Moet dat nog?’ Tja, ik moet toch mijn boodschappen doen. De gewoonste, dagelijkse dingen zijn al essentiële momenten in mijn leven. Ik vraag mezelf wel steeds af: blijf ik vandaag nog leven of niet? Ik ben namelijk krakkemikkig. Dat is jammer. Maar ik kijk liever vooruit dan achteruit. Elke dag is voor mij weer interessant.
WIJS! Foto’s Ilvy Njiokiktjien
Dit interview met Miems van Citters maakt deel uit van de fototentoonstelling WIJS! Fotografie Ilvy Njiokiktjien. Bijbels Museum laat in WIJS! ouderen zelf aan het woord en draagt, met de foto’s van Ilvy Njiokiktjien, bij aan een positief en veelzijdig beeld van oud zijn en oud worden.

