Cor Burcksen
Cor Burcksen (1927)
“Ouder worden vind ik makkelijk. Mijn ouders hebben ook lang geleefd, we hebben goede genen. Ik vermaak mij nog wel. Levensvreugde heb ik genoeg.”
Carla Burcksen over Cor
“Mijn vader is eigenwijs. Hij weet veel. Hij is modern omdat hij alles met mij bespreekt en ruimdenkend is.”

Veel plezier gekend in het leven
Ik heb veel plezier gekend in het leven. Erg veel. Maar ook narigheid. Hoe ik daarmee omga? Ik had geen keus. Als ik terugdenk aan mijn leven, denk ik vooral aan het plezier. Het vissen was geweldig. Het nachtleven op zee, op avontuur gaan. Ik ging in mijn eentje de Oosterschelde op. Ik had nooit angst, want ik had een mooie boot. Ja, het is er groot en wijds, maar ik wist de weg. Of het nu donker of licht was.
Via de marine ben ik in Zierikzee terechtgekomen. In de barak naast ons zaten twintig Duitse krijgsgevangenen. Het was ten slotte 1946, net na de oorlog. Ik had getekend voor drie jaar, voelde me een leek. De Duitsers wisten veel, ze hadden allerlei gegevens genoteerd op kaarten. Die krijgsgevangenen waren vriendelijke mensen voor ons. Een van hen was verpleger. Als je iets mankeerde, stond hij voor je klaar.
Tijdens mijn tijd bij de marine heb ik Jannie op een feestje ontmoet. We zeiden elkaar gedag, zijn blijven praten en kregen verkering. Ik kon bij mijn schoonvader in de brandstofindustrie gaan werken. We zijn in 1952 getrouwd en hebben met de hulp van haar vader een huis laten bouwen. We waren dolgelukkig.
Water op het Kraanplein
Maar toen kwam de watersnoodramp in 1953. We waren op visite geweest en liepen ’s nachts nog rond kwart voor één over straat. Er stond al water op het Kraanplein, daar konden we bijna niet meer lopen. We wilden op de kade kijken. En schrokken. Iemand zei: ‘Ik ga. Voordat het nog erger wordt…’ Dat deden wij ook. We gingen terug naar ons nieuwe huis om te slapen.
Rond vier uur ‘s nachts belde de buurjongen aan. Hij riep dat het vloed was en dat de dijken het water niet konden houden. Hij gebood ons om uit bed te komen en de spullen boven neer te zetten. Ik reageerde wel, maar deed vervolgens het licht uit en ging weer bij mijn vrouw liggen. We zeiden tegen elkaar: ‘Laat die man zich met zichzelf bemoeien.’
Weer ging de bel. ‘Je moet je spullen boven zetten en geen gekkigheid maken. Nu kan het nog’, zei de buurjongen. ‘Je zal net zien dat je zo weer je nest inkruipt, het licht uitdoet en verzuipt.’ Ik keek naar buiten en er kwam een straaltje water de straat inlopen. Een half uur later was dat veranderd in een rivier. Auto’s, een aanhanger en dieren, alles dreef door de straten. Gelukkig hadden we een deel van onze spullen toch boven gezet. Toen het water een meter hoog in de kamer stond, hoorden we de borden drijven. Het leek net of we in een aquarium zaten. Ondanks dat de deur dicht zat, kwam het water langzaam tussen de kieren naar binnen. We hadden geen licht, geen telefoon, niks. We hebben ruim zes uur met zijn tweeën boven op de trap gezeten. Zo nu en dan kwam de juspan langsdrijven. Gelukkig hoeven we dat nooit meer mee te maken.
Stil van verbijstering
De stad is van verbijstering een hele tijd stil geweest. We waren een gesloten gemeenschap. Je kende elkaar en leefde mee met elkaars verlies. Ook de kolenhandel lag eruit. Pas na een jaar of twee à drie was het leven in Zierikzee weer normaal. Toen alles weer ging draaien liepen de zaken goed.
Eind jaren ‘60 zorgde het gas ervoor dat kolen niet meer nodig waren. Ik was veertig en kreeg een vergoeding van de regering. Het was niet veel. Het aanbod in andere banen was klein. Daarom ben ik gaan doen wat ik het leukst vond: vissen. Ik ben er verslaafd aan geraakt. Jannie vond dat niet altijd leuk. Het bracht ook niet veel geld op. Daarom ben ik bootjes gaan bouwen, eerst kleine sloepjes. Zo nu en dan had ik hulp, maar vaak deed ik het werk zelf. Ik was handig en had de techniek snel door. Soms was ik de hele nacht bezig. Het verkocht goed én snel. Uiteindelijk hebben we een kapitaaltje opgebouwd waarmee we een stuk grond hebben gekocht. Toen zijn we een winterberging voor plezierboten begonnen. Ik ben tot mijn tachtigste blijven werken. Daarna heb ik alles behalve het huis verkocht.
Eind 2020 is Jannie overleden. Ik woon zelfstandig met veel plezier. Soms maak ik een rondje naar het einde van de straat. Zonder rollator. Ik vind dat nog niet nodig, ook al staat er een in de gang. Mijn dochter is bezorgd. Als je mijn leeftijd hebt ben je kwetsbaar. Ik heb een sterk lichaam en een sterke geest. Ik hoefde nooit naar het ziekenhuis, maar je kan niet inschatten hoe het loopt.
Probeer je niet te vervelen
Ouder worden vind ik makkelijk. Mijn ouders hebben ook lang geleefd, we hebben goede genen. Ik vermaak mij nog wel. Levensvreugde heb ik genoeg. Ik zou nog wel honderd jaar door kunnen. Ik ben een tevreden mens. Dat is een ding dat zeker is.
Ik raad mensen aan om echt bezig te zijn. Probeer je niet te vervelen. Wacht niet af, maar pak het leven aan. Dan pas komt er iets op je pad en leer je hoe mooi het leven is. Op die manier heb ik vaak genoten.
WIJS! Foto’s Ilvy Njiokiktjien
Dit interview met Cor Burcksen maakt deel uit van de fototentoonstelling WIJS! Fotografie Ilvy Njiokiktjien. Bijbels Museum laat in WIJS! ouderen zelf aan het woord en draagt, met de foto’s van Ilvy Njiokiktjien, bij aan een positief en veelzijdig beeld van oud zijn en oud worden.

