WIJS! Baltus Pierau (1937)

Baltus Pierau

“Als ik vandaag kom te overlijden, ga ik met een gerust hart. Er zijn geen mensen met wie ik in onmin leef. En als ik me niet lekker voel, ga ik in bed liggen en denk: laat maar komen wat moet komen. Er gebeurt in het leven niks toevallig.”

Ulrike Nieuwland over Baltus

“Als ik Baltus zie, voel ik compassie. Met zijn lach en liefdevolle benadering geeft hij me het gevoel dat ik goed genoeg ben. Baltus is bescheiden, blijft trouw aan zijn eigen waarden en denkt onafhankelijk. Hij gaat zijn eigen pad en deelt zijn levenservaring.”

Oude zwarte man in grijze trui met zijn handen op zijn borst
Baltus Pierau

Niet mijn biologische vader

Mijn moeder stierf toen ik twaalf was, mijn grootmoeder heeft me daarna grootgebracht. Ik heb mijn biologische vader nooit gekend en draag de achternaam van mijn stiefvader. Dat hij niet mijn biologische vader was, hoorde ik toen ik twintig was, twee weken voordat ik met mijn nicht naar Holland ging.

In Suriname was helemaal geen kennis over hoe een kind zich het beste kon ontwikkelen. In ons gezin vroeger werd niet gepraat, zeker niet over gevoelens. Ik heb zelf moeten ontdekken hoe je een relatie sluit en onderhoudt. Ook over seksualiteit werd nooit gepraat, dat heb ik later zelf moeten ontdekken. Mijn vrouw Charlotte was verpleegkundige, dus over dat soort dingen konden wij samen praten.

Toen ik Charlotte leerde kennen wees haar moeder me af. Zij wilde niet dat haar dochter met een kleurling trouwde. We hebben doorgezet. Toen ik in ons nieuwe huis de kamer aan het schilderen was, belde mijn schoonmoeder aan. “Ik kom vrede met je sluiten.” Zij is mijn beste vriendin geworden.

Het Rozenkruis

Charlotte volgde een cursus bij het Rozenkruis. Zij ging vaak met mij mee naar mijn kerk, de Evangelische Broeder Gemeente. Charlotte vroeg of ik ook een keer met haar mee wilde gaan. Dat heb ik gedaan en in 1959 ben ik zelf een cursus bij de School van het Rozenkruis gaan volgen. Ik ben er leerling geworden en nooit meer weggegaan. Ik kwam er terecht in een witte gemeenschap. Daar heb ik een gesprek over gehad met de grootmeester. “Waarom ben ik hier als zwarte man beland?”, vroeg ik. “Het Licht ziet geen rassen” was het antwoord, “die ziet alleen de ziel.” Ik voelde me er thuis. Het Rozenkruis is voor mij het zwaartepunt in mijn leven. Dat was het ook in ons gezin.

Charlotte en ik kregen drie jongens. Ieder van hen bracht een bepaalde sfeer in de familie. De jongens zijn mijn kapitaal. Ik heb al mijn energie erin gestopt. Ik heb gewerkt zodat ze konden studeren en ze kregen alles wat ik had. Het zijn sterke mensen geworden. Ze brengen me veel vreugde. Mijn middelste zoon zegt altijd: “We hebben nooit geluisterd naar wat jullie tegen ons zeiden, maar gekeken naar wat jullie deden.” Charlotte en ik hebben het leven voorgeleefd. We hebben ze erg weinig verboden. We probeerden met ze in gesprek te komen. Na een bepaalde leeftijd kon je niets meer verbieden. In Surinaamse gezinnen is de vader het hoofd van het gezin en die bepaalt. Maar wij probeerden samen te overleggen. Ik heb een strenge grootmoeder gehad, met veel normen. Toen ik in Europa kwam, heb ik dat pakket van me afgegooid.

Geduld is een redding

In Suriname was ik gewend altijd verantwoording af te leggen over wat ik deed. In Europa hoefde dat niet. Eerst was ik bang. Gaandeweg ben ik die angst kwijtgeraakt. Natuurlijk verval je af en toe in je oude patronen. Daar bleef ik bij stilstaan: wat gebeurt er nu met mij, ik corrigeerde mezelf. Door het samenleven met Charlotte ontstond een nieuw patroon. Dingen die we niet leuk vonden aan elkaar, konden we tegen elkaar zeggen. We hebben elkaar kunnen schaven. Zij was extravert, ik introvert. Ik heb veel geduld. Dat is een redding voor mij.

Door goed te kijken wat er gebeurt als mensen met elkaar in gesprek zijn, heb ik geleerd een gesprek te onderhouden. En Charlotte trok dingen uit me. Mijn schoonvader deed dat ook, om erachter te komen hoe ik dacht. Daardoor heb ik leren vertellen. Charlotte las veel voor, dat vond ik prettig. Ik was sterk in luisteren, zij kon goed praten. Zo heb ik mezelf ontwikkeld met haar hulp en die van anderen. Ik ben opgenomen in het gezin van Charlotte. Maar ik heb door ervaring dingen zelf moeten ontdekken. Ik heb veel geluk gehad in mijn leven en veel vriendschap.

Van tijd tot tijd evalueer ik hoe mijn leven geweest is, met de verdrietige en blije periodes die elkaar afwisselden. Dan denk ik bijvoorbeeld over wat er gebeurde toen ik besloten had naar Holland te komen. Sommige dingen zijn wel spijtig, maar ik heb me nooit afgevraagd of ik het anders had moeten doen.

Zelf dingen oppakken

Het moeilijkste in mijn leven was het overlijden van mijn moeder. Aan haar graf heb ik het uitgegild. Er werd met mij niet over haar dood gepraat. En het overlijden van Charlotte was zeer zwaar. Ik moest een nieuwe manier vinden om verder te gaan, zelf de dingen oppakken.

Er zijn dingen gebeurd met mijn kleinkinderen die me diep hebben geraakt. Een kleindochter heeft een zware depressie gehad. Recent heeft een kleinzoon een heftige dwarslaesie opgelopen. Als ik zijn last van hem over kon nemen, had ik dat gedaan. Ik kan mijn kleinkinderen niks adviseren. Het enige dat ik kan zeggen: je moet leren van wat je meemaakt.

Het lijden hebben we mijns inziens als mensheid over onszelf afgeroepen. Het ego heeft het overgenomen van de ziel. Als je vanuit het ego leeft, is er alleen maar strijd. Wie vandaag je vriend is, kan morgen je vijand worden. Mijn conclusie is: probeer uit je ziel te leven.

Liefde is de basis

Ik heb een grote blijdschap in mij. Zo kijk ik naar het leven, zo kijk ik naar mijn medemens. Liefde is de basis. Egoïsme als basis leidt tot verdeeldheid. Liefde is eenheid.

Als ik vandaag kom te overlijden, ga ik met een gerust hart. Er zijn geen mensen met wie ik in onmin leef. En als ik me niet lekker voel, ga ik in bed liggen en denk: Laat maar komen wat moet komen. Er gebeurt in het leven niks toevallig.

WIJS! Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Dit interview met Baltus Pierau maakt deel uit van de fototentoonstelling WIJS! Fotografie Ilvy Njiokiktjien. Bijbels Museum laat in WIJS! ouderen zelf aan het woord en draagt, met de foto’s van Ilvy Njiokiktjien, bij aan een positief en veelzijdig beeld van oud zijn en oud worden.