Annie Kooman
“Na het overlijden van mijn man kwam mijn mentaliteit bovendrijven. Ik heb altijd moeten knokken en heb mezelf meermaals herpakt. Ik zei tegen mezelf: ‘Annie, je kan niet altijd treuren, je mag ook van het leven genieten’.”
Karin Kooman over Annie
”Mijn moeder is een wijze, zorgzame vrouw. Ze is dankbaar dat ze nog zelfstandig woont. Mijn moeder wist goed om te gaan met alle veranderingen in haar leven, al was het niet altijd makkelijk. De ontwikkelingen in de wereld vindt ze zorgelijk, maar ze blijft positief.”

Niet zeuren maar aanpakken
Ik ben grootgebracht met mosselen, krukkels en vis. Wij woonden aan zee. Ik ben geboren in café De Heerenkeet, op de dijk vlak buiten Zierikzee. In de oorlog is het café opgeblazen. Iemand had de daden van de tien verzetsstrijders uit Renesse verlinkt. Deze mannen probeerden vlak bij De Heerenkeet per boot te vluchten naar het andere eiland. De Duitsers dachten dat mijn opa er ook iets mee te maken had. Gelukkig is er niemand gewond geraakt. Na de oorlog is De Heerenkeet herbouwd.
Ik heb veel mooie en ook nare dingen meegemaakt. Zo is het leven. Mijn jeugd was pittig. Omdat mijn moeder vaak ziek was, hielp ik veel in het huishouden. Je moest niet zeuren maar aanpakken en doorgaan. Op mijn veertiende begon ik met werken buitenshuis, bij Albert Heijn en later in een hotel. Tegenwoordig valt het werk voor jonge mensen mee, vroeger waren het lange dagen en was het zwaar.
Zuinig zijn en hard werken
Van mijn oma leerde ik zuinig te zijn en hard te werken. Ik heb dat ook aan mijn kinderen doorgegeven. Daarnaast vond ik het belangrijk dat ze de kans kregen om zo veel mogelijk te leren. Zelf heb ik in de oorlog een aantal jaren school gemist en kon ik na mijn 14e niet doorleren. Ik heb me daar weleens minderwaardig over gevoeld, maar dat ben ik niet als ik terugkijk op wat ik wél heb gedaan in mijn leven. Ik heb mijn plicht gedaan, was altijd aan het werken voor anderen. En ik ben nog steeds actief; het zit in mijn karakter dat ik elke ochtend om half zeven een rondje door de kamer loop met een swiffer.
Mijn man en ik hebben elkaar in de zomer leren kennen bij een muziektent. Na twee jaar verkering wilden we trouwen. Ik was 19. We vertelden aan de oude tante van mijn man dat we een huisje zochten. Zij had na het overlijden van zijn moeder voor mijn man en een van zijn zusjes gezorgd. Ze zei: ‘Mijn kind, ik heb al die jaren voor jou gezorgd, nu zal je toch de laatste jaren voor mij zorgen?’ We hebben tot haar overlijden bij elkaar in huis gewoond. Zij had een apart kamertje. Mijn man werkte, ik zorgde voor haar. Het is altijd goed gegaan. Het huis was wel erg primitief. We dronken regenwater en gingen op een emmer naar de wc. We hergebruikten zoveel mogelijk water.
Hoog op de dijk
Mijn man was huisschilder. Ik werkte op het dorp. Elke zaterdagavond gingen we naar mijn ouders op de koffie. Zo ook die bewuste avond. Omdat De Heerenkeet hoog op de dijk was, zaten wij daar veilig. Opa en oma woonden in het lage gebied. Later hoorden we dat opa en oma in eerste instantie het gevaar niet zagen. Ze werden ’s ochtends wakker met het water klotsend tegen het bed aan. Ze hebben de stromatrassen op een trapje gebonden om een vlot te maken. Opa en oma hebben op een hoog punt bij de school veiligheid gevonden.
Mijn vader zei tegen de reddingswerkers, willen jullie nog even in de Schelphoek gaan kijken? In de Schelphoek stond een boerderij. Een man, zwangere vrouw en twee kinderen waren op zoek naar een hoog punt. Ze zijn over de dijk richting De Heerenkeet gelopen. Toen de reddingsboot ze kwam halen was het al te laat. De man en vrouw leefden nog, maar de kinderen waren van de kou omgekomen. Ze hebben de kinderen moeten achterlaten. Toen ze in het café kwamen, heeft iedereen geholpen de hoogzwangere vrouw warm te wrijven. Inmiddels waren er al 100 mensen binnen. Jaren later heeft een filmmaker mij geholpen om te onderzoeken of er nog een gezond kind is geboren bij deze familie. Hij heeft ons met elkaar in contact gebracht. Onze eerste ontmoeting was erg emotioneel. Ik moet nog altijd huilen als ik dit verhaal vertel.
Hel op aarde
Toen mijn oudste dochter Karin vijf jaar was, heeft mijn man met drie kinderen in de auto een ongeluk gehad. Het was mistig en hij is de sloot in gereden. Tegelijkertijd lag onze oudste zoon vanwege een hersenbloeding in het ziekenhuis in Rotterdam. De kinderen van het ongeluk werden naar het ziekenhuis in Zierikzee gebracht. Helaas is een van hen, neefje André, overleden. Dat had veel impact.
Mijn man lag ook in het ziekenhuis in Rotterdam. Toentertijd was je een hele dag onderweg om daar te komen. Ik had geen rijbewijs. Ik mocht mijn man niet vertellen dat André was overleden. We gingen na het ziekenhuisbezoek meteen omkleden en naar de begrafenis. Het was voor mij de hel op aarde.
Mijn man is gestopt als huisschilder en is een groothandel in ijs begonnen. De zaak groeide omdat het toerisme op gang kwam. We begonnen op Schouwen-Duiveland met een klein ijscelletje en diepvrieswagentje. Het ijs werd in dekens verpakt en over de duinen naar de kleine kiosken gebracht. Er waren in die tijd nog geen strandtenten. Inmiddels is het een groot bedrijf, dat met vrachtwagens over het strand rijdt. Het is niet meer in de familie, maar we kunnen er mooi op terugkijken.
Je mag ook van het leven genieten
Op de ochtend dat mijn middelste zoon, Siem, de zaak zou overnemen kreeg mijn man een hartstilstand naast mij in bed. Hij was pas 66. Zijn overlijden was een schok. Ik was met 56 weduwe. Inmiddels ga ik al 37 jaar alleen door het leven. Na het overlijden van mijn man, kwam mijn mentaliteit bovendrijven. Ik heb altijd moeten knokken en heb mezelf meermaals herpakt. Ik zei tegen mezelf: ‘Annie, je kan niet altijd treuren, je mag ook van het leven genieten.’ Toen ben ik eenzame mensen in rusthuizen gaan bezoeken, want ik houd van praten. Het gaf mij voldoening om er voor anderen te zijn. Ik ben ook in het kerkkoor gaan zingen. En ik werd gastvrouw voor de toeristen in de kerk. Van oude gordijnen maakte ik kostuums voor de musicals in de kerk waaronder de musical Jacob.
Ik ben altijd zorgzaam en sta voor iedereen klaar. Kom maar bij mij eten, er staat een extra portie klaar. Huil maar uit. Doe je verhaal. Ja, ik huil zelf ook wel eens, natuurlijk. Niet alleen mensen uit mijn familie help ik, ook mensen hier in de buurt. Dat breekt de dag. Tot een jaar of zes geleden kwamen mensen mij kleding brengen om te verstellen. Ik wilde er niets voor terug hebben, ik deed het graag.
Niet bang voor de dood
Soms ben ik bang dat er nu weer iets heftigs staat te gebeuren. Als ik terugdenk aan vroeger, dan is het goed om op het platteland te wonen. Er is altijd wel een boer die aardappelen heeft. In de oorlog vonden wij wel eens een kist thee of eten in blik op het strand. Wij hebben geen honger of kou geleden. We konden zelfs thee ruilen voor bijvoorbeeld wol.
Wij komen uit een christelijke familie. Natuurlijk geloof ik dat er ‘iets’ is, maar ik kan niet begrijpen dat God zoveel leed toestaat. Als ik nu naar het nieuws kijk, kan ik dat niet aan. Het is om te huilen dat onschuldige, kleine kinderen zich in een oorlog bevinden. Dan denk ik aan mijn eigen kleinkinderen. Het mooiste in mijn leven is mijn gezin. Van mijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen geniet ik enorm. Ik heb een lieve man gehad. Hij was streng maar rechtvaardig.
De tijd gaat snel. Een jaar voelt voor mij als twee weken. Nu ik 93 ben, komen er steeds meer complicaties. Ik ben hartpatiënt en heb darmkanker gehad. Als het slechter met me gaat, wil ik niet meer gereanimeerd worden of onderzoeken ondergaan. Wat er ook gebeurt, ik heb er vrede mee. Ik ben niet bang voor de dood, al staat pijn mij wel erg tegen. Wat ik heb meegemaakt, hebben velen met mij meegemaakt. Het ergste wat mij ooit nog zou kunnen overkomen, is dat ik een kind verlies.
WIJS! Foto’s Ilvy Njiokiktjien
Dit interview met Annie Kooman maakt deel uit van de fototentoonstelling WIJS! Fotografie Ilvy Njiokiktjien. Bijbels Museum laat in WIJS! ouderen zelf aan het woord en draagt, met de foto’s van Ilvy Njiokiktjien, bij aan een positief en veelzijdig beeld van oud zijn en oud worden.

